CPU
Uit MacWiki
Met CPU wordt Central Processing Unit bedoeld. In het Nederlands wordt ook wel gesproken over CVE, wat Centrale Verwerkings Eenheid betekent.
Inhoud |
[bewerken] Rekencentum
Een CPU is een chip op het centrum van het moederbord van een computer en bevat de schakelingen die het rekenwerk van een computer verwerken. Een CPU wordt ook wel processor genoemd.
[bewerken] Snelheid
De snelheid of kloksnelheid is voor de meeste mensen bepalend om de kracht van een processor te meten. Het gaat dan om het aantal schakelingen dat een processor in een seconde kan verwerken, de eenheid waarin dit wordt uitgedrukt is de Hertz (Hz). Waar in 1984 een snelheid van 8 Megahertz (MHz) snel was, werden twintig jaar later al snelheden van 3 Gigaherts (GHz) neergezet, thans (2007) is men hard op weg naar de 4 GHz. De echte snelheid van een processor wordt meestal gemeten in FLOPS, wat staat voor het aantal floating point (getal met komma) berekeningen per seconde. Ook wordt wel gebruik gemaakt van het aantal instructies per seconde IPS.
[bewerken] Gebruik bij Apple
[bewerken] 68K
Dit (en zijn voorlopers) zijn de oudste processors, deze werden in modellen tot en met 1995 in diverse edities in verschillende modellen gestopt. De bekendste modellen met deze CPU zijn de Macintosh-modellen. Tot aan Systeem 7.5.1 kan op deze CPU's gedraaid worden.
[bewerken] PowerPC (PPC)
PowerPC staat voor Power Performance Computing en is de opvolger van de 68000-chips die Apple tot dan toe gebruikte. De opvolger van de 68k, de 88k-werd de eerste CPU voor PowerMacs. De PPC werd ontwikkeld door Apple, IBM en Motorola. Er zijn van de PowerPC drie versies in omloop geweest:
[bewerken] G3
De G3 (derde generatie 88K-PPC) werd van 1997 tot 2003 door Apple geleverd, de eerste computer die met deze CPU werd uitgerust was de succesvolle iMac, toen met een kloksnelheid van 233 MHz. Ook in de bekende Blue&White-PowerMac, de iBooks van de eerste twee generaties en de eMac zijn voorzien van de G3. De hoogste kloksnelheid van de G3 is 900 MHz, die te vinden is in de Dual-USB iBook.
Zowel Systeem 8 en 9 als Mac OS X (tot en met 10.4) kunnen op de G3 draaien, hoewel de laatste geen beste prestaties levert op de eerste G3's.
[bewerken] G4
De opvolger van de G3, de G4 werd in 1999 voor het eerst toegepast in de PowerMac G4, in 2002 volgde de iMac en een jaar later de iBook. De eerste modellen met de G4 klokten op 350 MHz, de laatste modellen zijn de iBooks met een snelheid van 1,42 GHz, en de PowerBooks met een snelheid van 1,67 GHz, waarmee dit waarschijnlijk de chip is met het breedste spectrum aan snelheden.
De chip onderscheidt zich van zijn voorganger door AltVec, waardoor (met name grafische) toepassingen sterk versneld worden, daarnaast is de G4 zuiniger in zijn verbruik en zijn hitte-ontwikkeling, waardoor er minder koeling nodig is.
Op de G4 draaien MacOS 8 tot en met 10.5 (MacOSX Leopard), waarmee het ook daarin waarschijnlijk het breedste spectrum beslaat.
[bewerken] G5
De G5 is een upgrade van de G4, die van 2003 tot 2006 geleverd werd in onder andere de PowerMac G5, de Xserve en de iMac G5. Het verschil met de voorganger was dat de G5 een 64-bits-architectuur heeft.
Hoewel de G5 sneller is in het verwerken van de processen, bleek de ontwikkelingsmogelijkheid van de processor zeer beperkt en was het een energie-vretende chip. Dat laatste is ook de reden waarom het nooit tot een notebook is gekomen met een G5 aan boord. Alle versies van OSX draaien prima op een G5, maar 10.4 en 10.5 kunnen optimaal gebruik maken van de 64-bits-architectuur.
[bewerken] Intel
Sinds 2006 maakt Apple gebruik van de CPU's van Intel, dit kon omdat Intel met de in 2006 gelanceerde Core-architectuur op het niveau van de G4 zat, wat voor Apple het minimum was. De G5 werd opgevolgd door de Core Duo en de Core 2 Duo van Intel. Het voordeel aan de Intel Cores is dat ze nog niet uitontwikkeld zijn en daarnaast erg energiezuinig.
Om optimaal gebruik te kunnen maken van de Intel-chips, moet software herschreven worden, van de meeste programma's zijn inmiddels intel-versies in de PPC-versies ingebouwd, dit noemt men een Universal Binary. Software die niet herschreven is kan voor de Intel processor kan men draaien door middel van Rosetta.
Ander neveneffect is dat Windows nu ook met de hardware van Apple kan omgaan, op de Intel-Macs is het dan ook mogelijk om Windows en Windows-gebaseerde programma's te draaien. Hiervoor zijn twee toepassingen veel gebruikt: Boot Camp en Parallels. Boot Camp is door Apple zelf ontwikkeld, Parallels is 3rd party software waarvoor ook andere pakketten beschikbaar zijn. Het omgekeerde is nog steeds niet mogelijk zonder al te veel kennis van zaken. De computers die door Apple geleverd worden maken gebruik van EFI. (Dit is een uitbreidbare software laag, die tussen de firmware en het besturingsysteem zit.) Dit maakt het niet gemakkelijk Mac OS X op een 'Windows' computer te installeren. Toch zijn er mensen die zich hierop toeleggen, zij verenigen hun kennis in het OSx86-project.